Snode plannen

21 augustus 2012

Sinds enkele weken ben ik bezig met het uitrollen en verwezenlijken van mijn snode plannen: ik wil GGZ-instellingen helpen bij het klantgerichter en efficiënter gaan werken.

Verwondering
Nu kan ik vertellen dat ik ons Nederlandse zorgstelsel super vind: feit.
En ik kan vertellen dat ik de zorg voor onze kwetsbare medemens toegankelijk moet zijn en blijven: feit.

In werkelijkheid is het zo dat ik me verwonder over deze branche.
Ik verwonder me over het feit dat juist deze tak van sport eigenlijk helemaal niet bezig lijkt te zijn met de mens in psychische nood. Veel meer lijkt het erop dat men de diagnose behandelt volgens het daarbij horende protocol.
De mens achter de diagnose lijkt niet in beeld.

Ervaringen
De verwondering waarover ik zojuist sprak werd door een bepaalde ervaring gevoed.
Die ervaring deed ik op eind mei van dit jaar.

Via een contact van mij kwam ik in aanraking met een GGZ-instelling in Rotterdam.
Voor het gemak noem ik deze organisatie A.
Mijn ervaring met de GGZ tot dan toe (zowel in privé als in werksetting) was dat het aanmeld- en intakeproces veel tijd in beslag nam. Zelfs zoveel tijd als zeventien (17!!) weken.
Mijn contact legde op een dinsdagmorgen contact met A., legde uit wat er aan de hand was. In de verwachting dat het intakegesprek een paar weken later zou zijn lag de agenda open halverwege juni. Niets was minder waar: ‘kan je vanmiddag om twee uur?’
Huh, dezelfde middag? ‘Ja, vanmiddag. Je wilt toch hulp? Waarom zou je dan wachten?’

Een schril contrast vormt de ervaring van een ander contact: zij meldde zich in crisis bij een GGZ-instelling (B). Na gezien te zijn door een behandelaar werd zij weer naar huis gestuurd met de mededeling dat er overlegt zou worden met de psychiater over medicatie. Het kon echter wel even duren voor zij terecht kon bij de psychiater. Tot die tijd moest ze maar wekelijks naar de huisarts om even van zich af te praten.

Zeventien (!!)  weken later had zij haar eerste gesprek met de psychiater.
Voor mijn contact is het heel fijn dat haar nieuwe huisarts heel adequaat reageerde en op eigen initiatief contact legde met de GGZ om er achter te komen welke medicatie voorgeschreven ging worden. De huisarts zorgde er voor dat mijn contact ingesteld raakte op de juiste medicatie en dosering. Mijn contact functioneert gelukkig weer.

Het verwondert mij ten zeerste dat twee GGZ-instellingen zó anders kunnen werken, met zulke verschillende resultaten.

Succesfactoren
Inmiddels ben ik zo vrij geweest om de stoute schoenen aan te trekken en domweg de directeur van organisatie A. te benaderen en hem te bevragen naar zijn succesfactoren.
Een van de grootste succesfactoren is dat elke cliënt benaderd wordt als mens.
Voorbeeld: elk lid van het behandelteam van organisatie A. kent de naam van de cliënt/deelnemer en kent zijn/haar achtergrond.
De cliënt voelt zich op deze manier gezien en gehoord. De betrokkenheid bij de behandeling wordt hierdoor versterkt, waardoor het slagingspercentage van de behandeling omhoog gaat.

Een ander succesfactor is de bevlogenheid van het personeel van organisatie A. De visie en de missie van de organisatie zijn helder en alles in de organisatie ademt dat ook. Van logo tot aankleding. Voor het personeel is het onontkoombaar. Mocht blijken dat de commitment van een personeelslid onder druk staat, wordt in samenspraak onderzocht wat er aan de hand is. Eventueel volgt scholing, on the job coaching of een outplacementtraject.

Missie
Mijn missie is dat ik een belangrijke bijdrage wil leveren aan de vernieuwing in de GGZ om deze voor iedereen die in psychische  nood verkeert hoogwaardige zorg toegankelijk te houden.
Mijn visie is dat daarvoor zowel klantgericht denken als efficiëntie  belang is.

Uit de voorzichtige stappen die ik tot nu toe ondernomen heb blijkt dat de GGZ-organisatie een gesloten systeem lijkt te zijn. Als een GGZ-bestuurder deze blog leest en geïnteresseerd is om eens van gedachten te wisselen (of lezer met connecties natuurlijk)…. Dan houd ik me van harte aanbevolen!

Plaats een reactie